Ik veeg mijn eigen straatje schoon

Nou, ik zorg dat mijn eigen entree netjes is en ruim ook wel troep van anderen op en daarmee vind ik dat ik genoeg doe. Over participatie gesproken.

Een vraag aan een bewoonster wat participatie betekent en wat ze daarmee zou willen, ontlokte het volgende antwoord. “Nou, ik zorg dat mijn eigen entree netjes is en ruim ook wel troep van anderen op en daarmee vind ik dat ik genoeg doe.”
We vegen ons eigen straatje schoon. Letterlijk gebeurde dat de afgelopen weken. Op onze galerij werd met vereende kracht sneeuw geschoven Het schuift wat, zoals een andere buurvrouw zei. Het levert wat op om samen een sneeuwschuif te delen en samen de handen uit de mouwen te steken. Goed voorbeeld doet volgen.
Is participatie je eigen straatje schoon vegen? Het houdt me nogal bezig. Van verschillende kanten wordt geroepen om burgerparticipatie en bewonersparticipatie. Participeren is deelnemen aan. Deelnemen waaraan? Regelmatig hoor ik buren zeggen dat ze niet zo nodig hoeven te participeren met anderen. “Als ik maar prettig woon en geen last heb van anderen, dan is het wel goed”.
Participeren laat zich niet afdwingen. Het moet wat schuiven. Hierin schuilt de wederkerigheid. Ik wil best wat doen, maar het moet me ook wat opleveren. Ik wil best verantwoordelijkheid nemen, maar niet alles op mijn schouders laten rusten.

<a href="http://www.flickr.com/photos/orinrobertjohn/2779149859/" title="Many Brooms by Orin Zebest

Orin Zebest

Participatie wringt
Het woord participatie impliceert ook uitsluiting. Meedoen, want anders hoor je er niet bij. Bewoners moeten gestimuleerd worden om te participeren, om mee te doen in de buurt. Waarom? Prachtige slogans “wij zijn de buurt”, wij bouwen aan de buurt”, “wij maken de buurt”. Ja, ammehoela denken de bewoners.
Mensen komen in beweging als ze zelf ergens in geloven of voor willen gaan. Participeren is aansluiten op een idee of bij iemand die je raakt. Het is gedreven worden door, een appelleren aan de innerlijke motivatie. Het kan niet opgelegd worden door een corporatie of overheid.

Participatie omdat het moet
Meedoen, iedereen de handen uit de mouwen. Prachtig al die bewonersinitiatieven. We adopteren een container, we onderhouden het openbare groen, we doen mee aan landelijke opschoondagen. Ja, als we het zelf willen en organiseren. Als er bevlogen mensen zijn waar anderen bij aan kunnen sluiten.
Het werkt, maar niet als participatie tot goedkoop middel verwordt om te bezuinigen, omdat het moet. Dan ontbreekt de wederkerigheid.
Ik moet hierbij steeds denken aan mijn vader die vroeger alsof het de gewoonste zaak van de wereld was de stoep veegde, het onkruid wiedde en de troep opruimde. Die gereedschap uitleende en hielp bij reparaties. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelfsprekend was. Hij deed meer dan zijn eigen straatje schoonvegen.

Wat doet de woningcorporatie
Bij onze corporatie is participatie opgenomen in de visie op wonen. De praktijk is weerbarstiger. Je moet er iets voor doen om bewoners te laten participeren of nog mooier om samen te participeren. Het vraagt een cultuur van naar elkaar luisteren. Niet als corporatie bepalen wat goed is voor de bewoner. Niet alleen maar zorgen dat bewoners zelf reparaties melden, maar ook horen hoe iets anders kan. Weg met de paternalistische houding. Dat vraagt inzet van de corporatie en de bewoners. Het is een zoeken naar wederkerigheid en verbinding.

Participeren anno 2013
We doen mee. We willen meedoen. Op onderwerpen die ons raken of waar we ervaring mee hebben. Bewoners die zich bezighouden met energiebesparing, anderen met het oppimpen van de tuin en weer anderen die een buurtfeest organiseren. We maken gebruik van elkaar, we delen samen. Vanuit verbinding en wederkerigheid. De buurt als levendig netwerk waar een overheid en corporatie deel van uitmaken. Waar geluisterd wordt naar de wensen en ideeën die in een buurt leven en bewoners in staat worden gesteld om hier vorm aan te geven.
We vegen niet alleen ons eigen straatje schoon. We vegen ook dat van de buurvrouw, omdat we weten dat de ene buurvrouw morgen weer een taart voor iedereen bakt, een ander de krant uitleent en weer een ander voor de plantjes zorgt. We vegen ons straatje schoon, omdat het weer vanzelfsprekend is om dat te doen.