Ik kan ze wel wurgen

“Ze” is de woningcorporatie. De buurvrouw kan haar wel wurgen - vanwege de deuren.

Vandaag trof ik een boze buurvrouw. “ik kan ze wel wurgen!” “Ze” is de woningcorporatie. Aanleiding is een toegangsdeur die vrijwel wekelijks open staat; het slot deugt niet meer. “En moet je zien wat ze nu weer bedacht hebben: een ijzeren plaat op de deur en niemand die vraagt wat ik daarvan vind”. Razend is mijn buurvrouw. Alsof dat de oplossing is voor het probleem, zegt ze. “Het ziet er toch niet uit; het wordt zo langzamerhand een bunker”.

Het is waar, op meerdere plekken zijn ijzeren platen op de deuren geplaatst. Waarschijnlijk om te voorkomen dat door een ingeslagen ruit de deur geopend kan worden door ongewenste bezoekers. Vergeten wordt dat de deuren sowieso makkelijk in te trappen zijn en het hang- en sluitwerk van de deuren na twintig jaar aan vervanging toe zijn. Ook zijn er vele sleutels in omloop, waardoor iedereen zich makkelijk toegang kan verschaffen tot het wooncomplex.

Zo’n halfjaar ben ik hierover strijd aan het voeren met de woningcorporatie. Het antwoord is: er is geen geld, we doen alleen dagelijks onderhoud. Geen geld omdat de woningcorporatie financiële problemen heeft. Geen geld wordt een argument om niet meer na te denken over een terugkerend probleem. Geen geld als een stopwoord, omdat medewerkers afgestompt raken door de weerbarstigheid van het systeem waar ze zelf geen invloed op uit kunnen oefenen.

Bijkomende frustratie van bewoners is de klacht dat reparatieverzoeken niet uitgevoerd worden en niet in het systeem terug te vinden zijn. M.n. als het gaat om deuren die voor de zoveelste keer kapot zijn.

 

Af en toe neem ik de proef op de som. Een ronde door het complex levert het volgende op: een kapotte ruit, kapotte lampen en bij verschillende portieken deuren die niet in het slot vallen, waardoor iedereen zo naar binnen kan lopen. De afdeling Service gebeld. Digitaal reparatieverzoeken indienen kan ook, maar dat betekent voor elke reparatie een nieuw formulier.

Dan begint het feest. Goedemorgen mevrouw waarmee kan ik u van dienst zijn. Het eerste reparatieverzoek wordt welwillend ingevoerd, bij de tweede melding voel je ongeduld opkomen, bij de derde wordt het irritatie. Stop! “Mevrouw, ik kan alleen meldingen in het systeem zetten die horen bij het woonadres. Deze meldingen horen bij een andere portiek en kan ik niet in het systeem zetten. Die bewoners moeten dat zelf doorgeven”… O ja? Wat vreemd. U kan het ook aan de beheerder doorgeven. De beheerder? Ja, die kan het wel in het systeem zetten. Oh? Maar uw andere meldingen staan er nu in. Vervolgens stuur ik een mail naar de beheerder waarin ik verslag doe van het telefoongesprek.

Een week later. Geen van de deuren zijn gerepareerd. Wederom gebeld naar de afdeling Service. “Mevrouw, ik kan niets terug vinden in het systeem, dat betekent dat de reparatie is afgehandeld of dat er geen melding heeft plaats gevonden. Ik kan het wel voor u in het systeem zetten”. Wat systeem, niks systeem. Ik wil dat het gemaakt wordt en wel nu!

Opnieuw een mail gestuurd. Nu naar de gebiedsbeheerder en de manager. Citaat: “Vorige week heb ik telefonisch een aantal zaken gemeld waaronder diverse openstaande deuren in het complex en een ruit die inmiddels 2 weken kapot is; per mail heb ik de beheerder hiervan ook op de hoogte gesteld. Vandaag belde ik over de status hiervan. En tot mijn verbazing en ergernis waren mijn meldingen niet terug te vinden in het systeem (m.n. de openstaande deuren). De afgelopen week heb ik verschillende keren jongeren weggestuurd die bij de boxen en trappenhuizen aan het blowen waren. Ik spreek buren die het zo zat zijn dat de deuren niet deugdelijk gemaakt/vernieuwd worden. Dat voortdurend gekozen wordt voor halfslachtige oplossingen of dat meldingen helemaal niet opgepakt worden. Ander signaal: het bedrijf dat voor de zoveelste keer de deuren komt maken en zegt “mevrouw dit zal niet de laatste keer zijn; het systeem deugt niet” (te licht voor het intensieve gebruik, te vandalismegevoelig).

Maar de corporatie heeft geen geld. Dus deze werkwijze is goedkoper dan het in kaart brengen van de situatie en de mogelijke oplossingen! Hoeveel geld loopt weg als gevolg van inefficiënte werkprocessen?