Ik ben bang

Mevrouw V wil graag extra sloten op haar deur, pas dan durft ze weer met een gerust hart naar buiten. Haar wens lijkt simpeler dan die is. Bij de woningcorporatie vangt ze bot. Die voelen [...]

Op een avond gaat de telefoon. Een buurvrouw van een straat verderop belt en vraagt of ik een kopje koffie kan komen drinken. Mevrouw V is 72 jaar en woont alleen. Ze wil graag even met me praten. Een paar weken daarvoor is bij haar ingebroken en ze is nog steeds erg van slag.

“ Ik durf mijn huis niet meer uit. Als ik weg ga, ben ik bang dat ze weer bij me inbreken.” Zo verwelkomt ze mij als ik de volgende dag bij haar aan de deur kom. Het is verschrikkelijk, zegt ze. Ik ben maar een uurtje weggeweest om een boodschap te doen en ik kom thuis en mijn hele huis is overhoop gehaald. Alles weg; geld, mijn sieraden, de camera. Een bende overal. Het is walgelijk. Ze hebben niet alles meegenomen. Kijk mijn kristal staat er nog. Ik ben bang dat ze daarvoor terugkomen. Wat moet ik nu?

 

Deze buurvrouw is niet enige bij wie is ingebroken. Het lijkt erop dat de flat in de gaten wordt gehouden. Overal hetzelfde verhaal. Inbraak midden op de dag en in een uurtje tijd het huis overhoop gehaald en waardevolle spullen buitgemaakt. Het bizarre is dat nergens braaksporen zijn aangetroffen. Profs volgens de politie. Het is naar als binnen wordt gedrongen in je huis. Als inbreuk wordt gedaan op de plek waar jij je thuis voelt en je veilig waant.

 

Wat moet ik nu?

Mevrouw V wil graag extra sloten op haar deur, pas dan durft ze weer met een gerust hart naar buiten. Haar wens lijkt simpeler dan die is. Bij de woningcorporatie vangt ze bot. Die voelen zich niet verantwoordelijk voor het aangerichte leed. In een bijzin vertelt de buurvrouw dat ze niets heeft gehoord van de huismeester en dat de corporatie de SOS – dienst heeft laten komen en dat ze de rekening zelf mag betalen. De verzekering doet ook moeilijk, omdat er geen braaksporen zijn.

Het slot is dus vervangen, maar ze wil er nog een extra slot bij en volgens de sleutelspecialist was dat niet mogelijk. Wat moet ik nu?

 

Ik vraag of ze zich nog wel veilig voelt als ze alleen thuis is. Ja, kijk maar, dan zet ik deze lat voor de deur en de ramen zijn ook beveiligd. Maar naar buiten durf ik niet, dan loop ik te trillen en ga weer gauw naar huis.

“ Nee, hulp hoef ik niet. Ik heb altijd alles zelf gedaan.” Dan komt nog ander verborgen leed op tafel, dat ze al jaren moederziel alleen is. Eenzaamheid die alleen verdreven kan worden door het zorgen voor een ander. Geluk dat bestaat uit het op orde hebben en netjes houden van het huis en de omgeving, zoals de trap en de hal die mevrouw V regelmatig schoonmaakt.

Mevrouw V is verontwaardigd dat de corporatie haar zorg niet op prijs stelt. De huismeester wil niet van haar horen dat de schoonmakers hun werk niet goed doen. En ze is helemaal niet te spreken over de entreedeuren die voortdurend open staan, omdat het slot weer kapot is.

De onderliggende boodschap is: ik houd alles netjes; na al die jaren is er nog niets stuk in mijn huis. Waarom doet de corporatie dat niet? Waarom zorgen zij niet goed voor onze huizen? Waarom geven ze niet thuis als er iets aan de hand is?

 

Loslaten

Wat kan mevrouw V doen om zich niet meer bang te voelen? Ik stel voor dat ze contact opneemt met de wijkagent en aan hem vraagt wie er kan beoordelen hoe haar huis inbraakveilig gemaakt kan worden. Ja, dat is een goed idee, zegt ze. Het is een aardige man en hij kan goed luisteren. Ook bespreken we wat ze doet met haar angst als haar huis inbraakveilig is. Ja, zegt ze, dan moet ik het loslaten en me er aan overgeven. Twee kopjes koffie verder stap ik weer op. Fijn dat je even wilde luisteren, zegt mevrouw V.

De wijkagent is inmiddels langs geweest en heeft geadviseerd welke sleutelspecialist mevrouw V kan bellen voor een slot met het politiekeurmerk veilig wonen.

 

Als bewonerscommissie laten we de veiligheid en het sleutelplan voor de flat voorlopig nog niet los. Het onderwerp staat hoog op de agenda in ons overleg met de woningcorporatie. Naast dit gedoe zit er ook een andere kant aan het verhaal. Langzaamaan zien we een bewonersnetwerk ontstaan. Misschien is dat nog wel belangrijker. Dat buren elkaar vaker weten te vinden en waar nodig elkaar de hand toesteken. Weten wanneer je kan loslaten of elkaar even moet vasthouden.