1200 violen, wat moet je ermee

150 bloembakken met 1200 viooltjes bood de woningcorporatie aan. We wisten niet waar we aan begonnen, bleek later. Lees wat ons gebeurde...

In de voorbereiding van de burendag bood de woningcorporatie royaal 150 plastic bloembakken aan en de belofte dat zij het tuinbedrijf zou vragen om grond en plantjes te sponsoren. Mooi, leuk, fantastisch, waren onze reacties.

We wisten niet waar we aan begonnen, bleek later. Na een paar weken verzuchtten wij “zitten we eigenlijk te wachten op 150 witte bloembakken?” “Wat moeten we ermee?”

Vele telefoontjes later en vlak voor de burendag was uiteindelijk wel de grond voor de potten geregeld, maar geen plantjes. Wat nu? Het was enigszins hilarisch om die stapel bloembakken te zien en een enorme pallet met grond.

Wie niet waagt die niet wint. Lang leve Intratuin, want zij reageerden heel positief op ons verzoek om 1200 violen te sponsoren. Een dag van tevoren werden ze keurig op een kar afgeleverd onder de woorden “alstublieft mevrouw, 1200 violen, wat moet je ermee” !

Wat moet je ermee?

Die 1200 violen werden het symbool van verbinding en inspiratie. In de binnentuin waren kinderen en volwassenen de hele dag bezig om bakken te vullen en te verspreiden over het wooncomplex. Het was een vrolijk gezicht en prachtig om te zien hoe de kinderen genoten van het woelen in de aarde. Op zulke momenten ontstaan ook de ideeen. Kiempjes die er al zijn, worden zichtbaar. Buren die willen gaan stadboeren of een stuk tuin met kinderen willen gaan onderhouden.

Zo worden 1200 violen een aanleiding om na te denken over wat we willen met onze tuin.

Een korte schets. Ons wooncomplex heeft verschillende binnentuinen. Deze tuinen zijn 20 jaar geleden aangelegd als kijktuinen. Fijn om groen in je omgeving te hebben. Toch heb ik mij hierover altijd verbaasd, want onze tuin nodigde nooit uit om fijn te gaan zitten. Zo kwam ik er nooit toen mijn kinderen nog klein waren, omdat er niet gespeeld mocht worden. De toenmalige huismeester hield dit strikt in de gaten.

De laatste jaren is het één en ander veranderd. Een nieuwe lichting jonge kinderen, oudere hangjeugd, geen huismeester meer en onderhoud van de tuin dat tot een minimum is teruggebracht. Zo’n verandering gaat geleidelijk. Totdat ik van verschillende kanten wordt geconfronteerd met ergernissen, frustraties en boosheid over de binnentuin.

Aan de binnentuin grenzen woningen, waaronder aangepaste woningen voor gehandicapten. De bewoners vormen een mix van gezinnen, gehandicapten, alleenstaanden en stellen. Autochtoon en allochtoon. De verschillende perspectieven van de bewoners leiden tot verschillende ergernissen.

De ergernissen zijn grofweg in drie categorieën te verdelen.

  1. Bewoners die zich ergeren aan de overlast van spelende kinderen. “Het is een kijktuin; er mag niet gevoetbald worden en we worden gek van de ballen tegen de muur, het geschreeuw en de troep”.
  2. Bewoners met kinderen die hun kleintjes in een veilige, afgebakende omgeving willen laten spelen en in de gaten houden. “Waar moeten de kinderen dan spelen? Er is al zo weinig ruimte en speelmogelijkheid”.
  3. Bewoners die zich ergeren aan het onderhoud van de binnentuin. “Welke afspraken zijn gemaakt over het onderhoud en schoonhouden van de tuin? We betalen voor het onderhoud, maar wat krijgen we er eigenlijk voor terug? Kunnen we de tuin niet in eigen beheer krijgen?”

Hoe breng je bewoners en woningcorporatie bij elkaar?

In alle gevallen hebben één of meerdere bewoners verhaal gehaald bij de woningcorporatie. In geval van overlast van spelende kinderen heeft dit geleid tot gesprekken met kinderen en ouders, tot een bordje “verboden te voetballen”, tot contact met buurtbemiddeling en buurtregisseur.

Ouders die meer speelmogelijkheden willen voor hun kinderen zijn verwezen naar het stadsdeel en verdwalen bij het zoeken naar de juiste wegen.

En dan de ergernissen over het onderhoud van de binnentuin. Het blijkt dat een bewoner al een paar jaar geleden met de beheerder afspraken heeft gemaakt over de beplanting. Echter tot op heden zijn die afspraken niet nagekomen en niet terug te vinden in het systeem. Ha, daar zijn we toch weer aangeland in de bizarre wereld van de woningcorporatie!

Als bewoners betalen we onze bijdrage voor het onderhoud van de binnentuin, maar we voelen ons als klant weinig serieus genomen. Vanuit de bewonerscommissie willen we verantwoordelijkheid nemen voor onze woonomgeving en graag meedenken. We vragen niet om een eenzijdige oplossing

van de woningcorporatie. Integendeel we vragen om gehoord te worden en in dit geval als bewoners en woningcorporatie samen te kijken hoe we de ergernissen rondom de binnentuin kunnen aanpakken. Zo nodig in samenwerking met de gemeente of buurtregisseur.

Er kan niet alleen gekeken worden naar de overlast zonder recht te doen aan spelende kinderen en de inrichting van de kijktuin en de leefomgeving. Het gaat erom dat de verschillende belangen en ideeën worden samengebracht. Met elkaar in gesprek gaan en samen zoeken naar een oplossing. Dat is niet makkelijk, maar op langere termijn wel vruchtbaarder. Noem het een ketenaanpak. Noem het bewonersinitiatief. Eigen kracht of burgerkracht.

We zijn er nog niet. We beginnen pas. We hebben ideeën en willen kijken met de woningcorporatie en de gemeente of we groen in eigen beheer kunnen krijgen. Ik droom over een tuin waar kinderen en volwassenen zorg voor dragen. Een tuin die leeft en recht doet aan al haar bewoners.

1200 violen als symbool van verbinding en inspiratie

Een burendag is goed voor de binding in de buurt; een manier om allerlei mensen en instanties bij elkaar te brengen. Als vervolg hierop staat binnenkort een schouw gepland met bewoners, gemeente, buurtregisseur en woningcorporatie. Om samen de leefomgeving in kaart te brengen en de wensen van de bewoners.